SER: meer investeren in kinderopvang; naar een voorziening voor alle peuters!

Alle kinderen in Nederland tussen twee en vier jaar oud moeten minimaal 16 uur per week naar een kinderopvang kunnen. De ontwikkelfunctie van voorzieningen voor jonge kinderen moet centraal komen te staan. Dat betekent meer overheidsinvesteringen in kinderopvang. Kinderen moeten meer uur in de kinderopvang doorbrengen om het effect van, bijvoorbeeld, VVE te vergroten. Dit adviseert de Sociaal Economische Raad (SER) aan minister Asscher van Sociale Zaken. Ook schrijft de raad dat het kabinet moet stoppen met het zwalkende beleid rond kinderopvang

Bronnen: www.kinderopvangtotaal.nl en www.kinderopvang.nl

De SER is van mening dat er de komende periode meer moet worden geïnvesteerd in voorzieningen voor jonge kinderen. Allereerst aan stimuleringsprogramma’s zoals VVE, maar ook aan een betere toegankelijkheid van de voorzieningen, een aanbod voor alle kinderen, minder versnippering van het aanbod, betere beroepsopleiding en continue professionalisering van beroepskrachten. Dit staat in het rapport ‘Gelijk goed van start’.

Motie Van Weyenberg

De aanleiding voor dit advies is de motie-Van Weyenberg (D66) van 28 oktober 2014. Daarin werd gevraagd wat de maatschappelijke en sociaaleconomische betekenis van investeringen in de ontwikkeling van jonge kinderen is en welke verbeteringen in de inrichting van deze voorzieningen nodig zijn om combinerende ouders nog beter te ondersteunen. Minister Asscher heeft daarop de SER om advies gevraagd.

Spelend leren

De focus van de overheid zou moeer moeten komen te liggen op de ontwikkelfunctie van opvangvoorzieningen voor jonge kinderen. Het is voor de ontwikkeling van kinderen belangrijk om zo vroeg mogelijk spelend te leren, samen met andere kinderen geeft voorzitter Mariëtte Hamer aan.’ De SER wil dat de focus wordt verlegd naar kinderopvang als ontwikkelomgeving voor jonge kinderen, daarmee hopende dat er een einde komt aan het jojobeleid. Ze geven aan dat er met dit advies nu een goed ontwikkelaanbod ligt voor alle kinderen waarin ook extra aandacht wordt gegeven aan kinderen met achterstanden. Zo moet er een einde komen aan het jojobeleid dat door de jaren heen in de kinderopvang gevoerd is.’

Kinderen met een achterstand

Een van de belangrijkste aanbevelingen op de middellange termijn is dat kinderen met een achterstand in aanmerking moeten komen voor extra stimuleringsprogramma’s (VVE). Van 16 uur per week. (vier dagdelen of twee dagen). Deze minimale opvang is nodig om een goed effect van programma’s te realiseren. De kosten van dit voorstel zijn geraamd op 169 miljoen euro. Ook moet er voor alle kinderen van 2 tot 4 jaar, ongeacht of hun ouders werken, een aanbod van 16 uur per week te komen, met een inkomensafhankelijke eigen bijdrage van ouders. De kosten van dit voorstel variëren van 176 tot 231 miljoen euro.

Toegankelijkheid kinderopvang

Als de belangrijkste functie van kinderopvang de ontwikkelfunctie wordt, zal er goed moeten worden gekeken naar de kwaliteit van de beroepsopleiding en continue professionalisering van beroepskrachten, vindt de SER. Ook moet de toegankelijkheid van de voorziening omlaag. Nu is kinderopvang te duur voor ouders met lage inkomens, maar ook met de hoogste inkomens. Dat verdient nader onderzoek, aldus de SER.

Samenwerking basisonderwijs

Minister Asscher krijgt steun voor de proeftuinen voor integrale samenwerking tussen IKc’s en kinderopvang in het land. De SER ziet graag dat er een werkgroep in het leven wordt geroepen die bestaat uit de verantwoordelijke ministeries en de betrokken organisaties, om op basis van bestaande inventarisaties en ervaring met lopende initiatieven, concrete oplossingen te ontwikkelen.

Vroeg signaleren

Nu investeren in voorzieningen voor het jonge kind is niet alleen goed voor arbeidsmarkt, een goede start biedt kinderen meer kansen voor de toekomst. ‘De kansen op succes op school en in de samenleving worden sterk bepaald door de omgeving waarin kinderen opgroeien. Vroeg signaleren en wegnemen van leer- en ontwikkelingsachterstanden dragen bij aan het realiseren van gelijke kansen en beperken de kosten in de toekomst. Voorkomen lijkt beter en goedkoper te zijn dan repareren achteraf’, aldus de SER in het rapport.